PRE-COLOR:

  • De ruimte van de liefde

Het laatste hoofdstuk Inzicht van het pre-color boek ‘De ruimte van de liefde’ heeft jarenlang in zijn geheel op de psychotherapiesite gestaan. Dit hoofdstuk is de aanloop geweest van wat nu de Colors en Noncolors zijn. Omdat er vraag is om deze teksten te kunnen blijven lezen, zijn ze hieronder (in aangepaste vorm) weergegeven. De laatste tekst ‘Eigenlijke beweging’ is nieuw bijgeschreven.

  • Kracht en zwakte

In overgave is er geen probleem, overgave is ontmoeting.
Alleen door ontmoeting ontstaat ontwikkeling.
Ontwikkeling is niet meer meer, maar
meer minder. Wikkels eraf.

Niet perfectie maar natuurlijkheid is het hoogste goed.
Natuurlijkheid kent de kortste weg.
Zij is de kortste weg.

Leef niet in een rol. Je bent niets
en in dit niets komt en gaat
de persoon. Dan is er
een stroom van
liefde.

Liefde is geen gevoel. Liefde is een kracht.
Kracht, verantwoordelijkheid en grenzen
liggen in elkaars verlengde.

Zwakte ontstaat wanneer wij niet realiseren dat
we in essentie liefde zijn. We gaan dan op
zoek naar liefde in de vorm van genot,
roem, rijkdom of macht.

Verleiding en verslaving hebben dan vat op ons. Ze lokken ons
over onze grenzen tot onverantwoordelijkheid
en liefdeloosheid.

Verantwoordelijkheid nemen kan niet zonder ruimte.
Ruimte innemen is ruimte maken. We
blijven in contact, open
en levendig.

Ruimte respecteert altijd grenzen. Zonder grenzen
geen ruimte, geen tederheid of intimiteit,
maar verslaving.

Verslaving aan aandacht, goedkeuring of alcohol en
drugs is in wezen hetzelfde. Verslaving is
grenzeloos, kent geen ruimte,
maar afstand.

Afstand (nemen) verschilt wezenlijk van ruimte (innemen).
Afstand nemen is uit contact gaan, overleven,
beschuldigen, schuldgevoel, angst.

We staan niet in relatie, maar we gebruiken de ander
om ons verlangen te stillen. Dit is
echter een gebed zonder
eind.

  • Man en Vrouw

Volgen is vrouwelijk, leiden mannelijk;
vanuit overgave volgt
leiding.

Zonder volgen heeft leiden geen zin,
leiden zonder volgen, leidt
tot lijden.

Er is eerst vrouwelijkheid dan mannelijkheid.
In deze volgorde is de man eerder
krachtig dan machtig en
de vrouw eerder
zichzelf.

“Een krachtige vrouw is slechts beweging, energie.
Als een vrouw vraagt of oplegt, vindt ze altijd
onvoldaanheid.

De vrouw heeft een aangeboren kracht en als ze die weigert,
rijst er een probleem. Dan is de blik van de vrouw niet
voldoende om de man te doen stil staan,
te doen luisteren.” (E.Baret)

Mannen zijn padvinders, vrouwen het pad.
Zonder grenzen geen pad en geen
padvinder, maar enkel
gedoe.

‘To fall in love’ is in liefde vallen.
Zodra je naar elkaar valt,
verdwijnt liefde.

Het is niet ‘wat is hierop uw reactie?’,
maar ‘wat is hierop uw
antwoord?’

Reactie is van het hoofd of de buik,
antwoorden van het
hart.

Buik is vrouwelijk, gevoel.
Hoofd is mannelijk,
verstand.

Leef vanuit en
luister naar
je hart.

Gevoelens zijn geen emoties,
emoties zijn egoïstisch
van aard.

Uit evenwicht zwelgen emoties,
in evenwicht ben je
gevoelig.

  • Autonomie

I.

Autonomie is vredevolle aanwezigheid, die nodig is,
willen we kunnen handelen en leven naar
onze eigen aard en in harmonie
met de omgeving.

Autonomie gaat vooraf aan afhankelijkheid en onafhankelijkheid.
Het kent geen dwang; wel kent het sturing.
Het kent geen afgescheidenheid;
wel kent het grenzen.

Het kent geen vooroordeel, maar wel de realiteit.
Het kent vrijheid in al zijn begrenzingen
en liefde in alle vormen.

Een gebrekkige autonomie is de oorzaak
van veel psychisch en sociaal
lijden.

Als bij aanvang het contact met onze ouders onveilig is,
bouwen we geen vertrouwen op in het aanvoelen
en stellen van grenzen die nodig zijn
om liefdevol vrij te zijn.

Je zit dan opgescheept met een basaal wantrouwen en
een diepgewortelde angst voor afwijzing
of liefdesverlies.

Dit onacceptabele tekort gaan we vervolgens compenseren
waardoor arrogantie, woede, begeerte, jaloezie
en ontkenning een loopje met
je kan nemen.

Als je niet uitkijkt zit je
hier levenslang aan
vast.

II.

Autonomie is de begrensde grond van ons lichaam, denken en voelen,
onze natuurlijke basis voorafgaande aan onze
identiteit.

Kunnen we onze natuurlijke aard leren of trainen? Nee.
Vaardigheden en technieken zijn te leren
en te trainen.

Kunnen we voor onze natuurlijkheid kiezen? Ja.
Kiezen kan echter alleen als we
intuïtief weten waar het
om draait.

Waar draait het dan om?

Vaak worden we gedreven door het lijden onder onze klachten
of is er een gevoeld tekort dat opgelost wil worden.
Gevangen in één of meerdere gemoedstoestanden
draaien we om de hete brij heen:
de essentie.

Essentie is het lichaam, denken en voelen ‘voor zijn’.
Dit ‘voor zijn’ is niet iets tastbaars,
het is louter zijn.

Je kunt dit ‘voor zijn’ herkennen aan dat het je energie geeft,
goed aanvoelt, je inspireert, aanraakt, beroert.
Hier is er werkelijk rust.

Dit ‘voor zijn’ voelt in eerste instantie kwetsbaar.
Je moet er aan wennen omdat er geen
houvast is.

Als je genoeg ‘voor bent’ geweest, moeiteloos en wakker,
wordt dit ‘voor zijn’ een realiteit: je bent
dan je eigen vrijheid.

De diepe twijfel is verdwenen: we hebben eigen grond onder de voeten.
Vanuit hier kunnen onze kwaliteiten groeien.

III.

‘Voor zijn’ is hetzelfde als basaal vertrouwen.

Basaal vertrouwen is de ervaring van vloeiende eenheid met een ander
en is een voorwaarde om tot autonomie te komen.
Zij is de grondstof van autonomie.

Als onder invloed van een liefdevolle benadering uit
die versmelting voldoende basaal vertrouwen
ontstaat, kan een op zichzelf staande
vloeiende eenheid zich vormen:
autonomie.

Autonomie is de openlijke begrenzing van basaal vertrouwen.
Vanuit deze open vloeiende begrenzing kan zich
onze identiteit vormen.

Bij gebrek aan autonomie staan we niet ‘vloeiend’ in onszelf,
maar blijven we vloeien met, c.q. gebonden
aan de buitenwereld.

We blijven reactief en kunnen niet vrij bewegen.
We komen nooit echt aan onszelf toe.

Gemerkt of ongemerkt is er altijd een extra druk/spanning in ons.
Het weerstaan van deze druk kost ons energie.
We gaan ons inspannen om spanningsloos
te zijn.

Dit is een oneigenlijke manier van functioneren.

De oplossing voor gebrek aan autonomie is om bewust,
vanuit basaal vertrouwen, een eigen vrije
beweging te maken.

Vier componenten spelen hierbij een rol n.l. bewustheid,
basaal vertrouwen, het maken van de eigen
beweging en de uitnodiging om deze
beweging te maken.

1. Het is nodig dat wij in enige mate beseffen dat we niet
ons lichaam, denken en voelen zijn, maar erin
aanwezig of afwezig zijn.

Ons lichaam denken en voelen is de ezel.
Wij zijn de broeder. Toch?

Met een gebrekkige autonomie kennen we het niet om de broeder te zijn.
Als we dit goed beseffen, krijgen we de sleutel
van onze genezing in handen.

2. De uitnodiging om de eigen beweging te maken,
moet komen van iemand die in basaal
vertrouwen geaard is.

Contact met iemand die kan ‘voor zijn’, activeert
en voedt het latent aanwezige basaal
vertrouwen in je.

3. Als er niet voldoende basaal vertrouwen aanwezig is,
kan er geen goede autonomie ontstaan en geen
eigen beweging gemaakt worden.

Het zal enige tijd kosten om basaal vertrouwen te laten groeien.
Indirect kan dit gebeuren door blokkades op gebied van
identiteit, relaties en communicatie op te lossen,
maar zeker zal ons besef van een falende
autonomie moeten toenemen.

Lukt dit, dan zal het vertrouwen groeien.
Als er voldoende basaal vertrouwen
is, kan de eigen beweging
gemaakt worden.

4. In taal uitgedrukt is de eigen beweging een ja ‘zeggen’
tegen jezelf voordat je je op buiten
richt.

Dit is een ‘ja, ik ben er’ en kort daarop ‘ik blijf er, terwijl ik mij op buiten richt’.

Vanuit deze vrijheid kan dan een beweging gemaakt worden.
De vorm en aard van de beweging maakt niet uit.
Vanuit onze vloeiende eigenheid ontstaat
spontaan vorm.

Deze vorm zal altijd je vrijheid waarborgen.
Wat ons in vorm indrukt, zal zich
vanzelf in vorm uit
drukken.

Dit ‘spontaan’ en ‘vanzelf’ noemen we veerkracht.

Qua vorm kunnen we botsen met anderen,
qua autonomie kunnen we niet
botsen.

Je raakt begrensd zonder dat het ten koste van de ander gaat.
Je neemt gewoon je eigen ruimte in die je had
laten liggen.

Je eigent je eigen braakliggend terrein toe.

Als basaal vertrouwen volledig autonoom is geworden,
worden indrukken voortaan spontaan uitgedrukt.
Je bent dan veerkrachtig.

IV.

Bij toename van autonomie worden we vollediger in onze
lichamelijke aanwezigheid, communicatie
en liefdesleven:

Persoonlijker : veiliger en vertrouwder.
Onpersoonlijker : liefdevoller
en vrijer.

Autonomie kent geen schuldgevoel.
Schuld kan je altijd inlossen.
Schuldgevoel is niet in
te lossen.

Schuldgevoel los je alleen maar op door innerlijk ruimte in te nemen.
Autonomie is ruimtegevend ruimte innemen.

Achterstallig onderhoud ligt vaak voor de deur van autonomie.
Zelfzorg moet altijd vooraf gaan aan zorg voor een
ander. Keren we dit om dan ontstaat er
achterstallig onderhoud.

Als je goed voor jezelf zorgt,
is zorgen voor de ander
vaak niet meer
nodig.

Autonomie is controleloze controle.
Je dwingt niet af, maar
laat zijn.

Simpel ‘zijn’ met wat zich aandient
zonder het je toe te eigenen,
is gelukkig zijn.

Als we op de begane vloer zoeken wat in
de kelder ligt opgeslagen, blijven
we met lege handen zitten.

Autonomie is de kelder.

Als we bij onze partner zoeken wat we uit
onszelf moeten halen, doen we onszelf
en de ander tekort.

De ander zal altijd falen in zijn/haar poging om het toch te geven.
In de kelder ligt onze voorraad eigenheid,
daar moeten we zijn.

Communicatie is alleen doelgericht als zij liefdevol is.
We weten allemaal wat dat is: hoe wij
zelf benaderd willen worden.

  • Bewustzijn

I.

1.
Basaal vertrouwen en bewustheid zijn de vrouwelijke
en mannelijke energiepoorten van
het leven.

Ze zijn twee kanten van hetzelfde begin.

Autonomie en waarneming zijn de vrouwelijke
en mannelijke voertuigen waarmee we
de energie aansturen.

Ze zijn twee kanten van dezelfde ruimte.

Identiteit en expressie zijn de vrouwelijke en mannelijke
energievormen waardoor wij voelbaar, reukbaar,
hoorbaar, tastbaar en zichtbaar
zijn.

Ze zijn twee kanten van dezelfde inhoud.

2.
Bewustheid aangeraakt door liefde is wijsheid.
Dit is de poort van inzicht.

Basaal vertrouwen bezwangert van liefde is geborgenheid.
Dit is de poort van verbinding.

Inzicht zonder verbinding is
geen wijsheid, maar
genadeloos.

Basaal vertrouwen zonder inzicht
is geen verbinding, maar
naïef.

3.
Liefde geeft waarnemen de vrijheid
om te zien wat waar
is.

Liefde geeft autonomie de
zachtheid om intiem
te zijn.

Waarnemen zonder vrijheid neemt
niet waar, maar ziet van
uit eigenbelang.

Autonomie zonder zachtheid is niet
autonoom, maar past zich aan
of speelt de baas.

4.
Identiteit vanuit liefde ontmoet de ander,
zonder liefde duwt het de
ander weg.

Expressie vanuit liefde raakt de ander aan,
zonder liefde doet het de ander
tekort.

Ontmoeting en aanraking vormen
de zinvolle inhoud van
leven.

Bewustzijn heeft geen
ander doel dan
Dat.

II.

Liefde voedt, ontwapent en vormt je,
net zolang tot je realiseert
dat je liefde bent.

Liefde geeft bewustzijn inhoud.
Liefde geeft leven
zin.

Liefde geeft autonomie vanzelfsprekendheid.
Liefde geeft waarneming de
vrijheid.

Liefde geeft identiteit het zelfvertrouwen om integer te zijn.
Liefde geeft expressie de zachtheid om
effectief te zijn.

Zo is het dat jij geeft.

  • Oneigenlijke beweging

1.
De oneigenlijke beweging komt voort uit
een gebrek aan besef dat je
liefde bent.

Dit gebrek ontstaat door het
niet gelukkig zijn van
je ouders.

Ouderlijk ongeluk gaat ten
koste van je eigen
geluk.

Dit tekort is een leegte
in het fundament van
je innerlijk
leven.

2.
De oneigenlijke beweging brengt je
niet waar je feitelijk wel
recht op hebt.

Het zijn veelal onbewuste reacties
op het innerlijk gevoelde
tekort dat natuurlijk
onacceptabel
is.

Het zijn herstelpogingen op een gebied
waar geen herstel mogelijk
is.

Zodra je liefde koppelt aan
iets anders dan liefde
zelf doe je jezelf
tekort.

Het wakker worden, het wakker zijn
van jezelf als liefde zijnde,
komt alleen van liefde
zelf.

3.
Kenmerkend voor de herstelpogingen
is dat je er niet voor hebt
gekozen.

Het oneigenlijke ervan is dat je
er toe vervalt, je stuurt
ze niet bewust aan,
ze gebeuren
je.

Het kinderlijk innerlijk tekort maakt
dat je inhoudelijk reageert in
plaats van ruimtelijk.

Als de inhoud je bepaalt, mis
je de ruimte van de
liefde.

Alle inhoudelijke reacties hebben met
elkaar gemeen dat ze vrijheid
en lichtheid missen.

De zwaarte van het tekort is de baas
en zo ook elke reactie op
het tekort.

4.
Zeven inhoudelijke tekortkomingen zijn: arrogantie,
woede, begeerte, jaloezie, ontkenning,
prestatiegerichtheid en sociale
wenselijkheid.

Arrogantie moet er niet bij horen,
terwijl sociaal wenselijkheid
dit zeker wel moet.

Prestatiegerichtheid duwt,
terwijl woede weg
duwt.

Begeerte sluit in, wil het hebben,
terwijl ontkenning het niet
wil hebben, uit
sluit.

Jaloezie rekent op verlies en
haar broertje afgunst
gunt je het licht
in de ogen
niet.

  • Eigenlijke beweging

1.
De eigenlijke beweging
is een heel ander
verhaal.

Omdat je liefde bent, klopt het
wanneer je liefdevol
handelt.

Je hoeft niet met de tekortkomingen af
te rekenen, om je eigenlijk te
gaan gedragen.

Bezig gaan met je tekortkomingen
is een gebed zonder
eind.

Donkerte haal je niet uit de kamer door
het weg te halen, maar door het
licht aan te doen.

Zo is ruimte het licht van inhoud
en bewustzijn het licht van
ruimte.

Ruimtelijkheid verlicht inhoud,
waardoor donkerte verdwijnt,
maar Bewustzijn doet
niets met de
ruimte.

De vrijheid van Bewustzijn is
een onveranderlijke bron
van eigenlijkheid.

Bewustzijn laat de ruimte en
de inhoud volledig met
rust.

Inhoudelijk merkbaar
als liefde die
stroomt.

Ruimtelijk merkbaar
als richting te
gaan.

2.