Varia III:

Hieronder een variëteit aan teksten die nog zweven.

  • Stromen van weten

    I.
    Stroom niet met de wereld,
    maar met jezelf met
    de wereld.

    Stromen met de wereld is leven in afhankelijkheid.
    Stromen met jezelf met de wereld is
    autonoom leven.

    Als je stroomt met de wereld
    bepaalt de wereld je.

    Als je stroomt met jezelf met de wereld,
    heeft de wereld geen grip op je.

    II.
    Met jezelf stromen, is een weten.

    Weten dat je bestaan van niets
    afhankelijk is dan van
    zichzelf.

    Weten dat er buiten je bestaan,
    geen wereld bestaat.

    Weten dat geluk van niets afhankelijk
    is dan van stromen met
    jezelf.

  • Liefde is geen liefde
  • Liefde die neemt, is geen liefde,
    maar egoïsme.

    Liefde die geeft, is geen liefde,
    maar je bestemming.

    Liefde die ontvangt, is geen liefde,
    maar vrijheid die
    geeft.

    Liefde die deelt, is geen liefde,
    maar gelukkig
    zijn.

    Liefde is geen liefde, maar
    viering van wat je
    bent.

  • Van de mug die van een mug een olifant maakt
  • 1. Vervelend gezoem.
    Een troep olifanten zijn onderweg.
    De mug, die meereist, valt niet op door de geluiden van de troep.
    Als de nacht al een tijdje is gevallen wordt Harry het olifantje wakker van gezoem.
    “Ga weg, mug!”
    Harry blaast met zijn slurf in het rond en slaapt weer in.
    Even later wordt hij weer wakker van dezelfde mug.
    “Als je niet weg gaat, stamp ik je plat!”
    “Nee”, zegt de mug, “niet doen. Ik hoor bij jou. Ik ben ook een olifant.”

    De olifant krabt eens op zijn hele grote achterhoofd en kijkt ondertussen naar het achterhoofd van de mug en krabt dan nog maar eens op zijn eigen veel grotere achterhoofd.
    “Ik zal wel dromen”, denkt hij en legt zijn hoofd weer te rusten.

    Voor de derde keer wordt hij wakker door het gezoem. Hij prikt zich met een van zijn tanden in zijn arm, maar tot zijn verbazing merkt hij dat hij gewoon wakker is.
    Hij peinst: “Wie is hier nu gek? Een olifant die op een mug lijkt?”
    Hij begint toch maar een gesprekje met de mug in plaats van dat hij hem vermorzelt.
    “Mug, je bent oliedom. Je maakt van een mug een olifant.
    Als jij een olifant bent, wat ben ik dan?”

    Als de mug begint te huilen, weet de olifant dat hij het verkeerd aanpakt.
    “Ik moet wat liever zijn”, denkt hij.
    “Waarom huil je nou mugje? Heb ik dan geen gelijk?
    Als je nou eens goed kijkt, dan zie je toch de verschillen?!”

    “Tja,” denkt het mugje, krabt eens op zijn eigen hele kleine achterhoofd en moet bekennen dat hij er wel heel anders uitziet. Hij denkt nog even iets langer na en dan valt hem iets te binnen.
    Opgewonden zegt hij: “Harry, ik ben dan wel geen olifant, maar ik ben niet oliedom.
    Ik ben een olimug.”

    “Nou, laten we het daar dan op houden. Ik wil graag slapen, morgen moet we weer een heel eind lopen. Als je mij maar niet meer lastig valt met al je gezoem. Een olifant zoemt niet, waarom jij dan wel?” De olimug belooft plechtig niet meer te zoemen.

    Het is die nacht verder dan ook heerlijk rustig ontspannen voor Harry.
    Voor de olimug iets minder. “Niet meer zoemen is moeilijk, maar het lukt me wel. Ik moet gewoon niet meer vliegen”, overpeinst hij.

    II.
    De volgende dag vertrekt de troep olifanten net nadat de zon is opgekomen. Olimug zit op de rug van Harry en houdt zich muisstil, bang op per ongeluk te gaan zoemen. “Hoe los ik dit nu op?”, denkt hij. “Als ik vlieg, zoem ik. Wat moet ik nu?”

    Olimug krijgt zomaar een ingeving en besluit stiekem te gaan vliegen.

    tekst in bewerking.

  • Het verdrietige kiezelsteentje
  • Er was eens een heel klein kiezelsteentje dat zielig en alleen
    in het midden van een groot donker bos om zich
    heen aan het kijken was

    Hij was op zoek naar andere steentjes,
    maar hij zag helaas geen
    steen voor ogen.

    Het kiezelsteentje had heel lang in de broekzak gezeten
    van een spijkerbroek samen met drie
    andere steentjes.

    Dat was toen een gezellige boel.

    Maar nu lag het kiezelsteentje al dagen helemaal alleen
    in het mos langs een bospaadje waar hij uit de
    broekzak was gerold toen de spijker
    broek was gaan rennen.

    Kiezelsteentje kon zich niet meer inhouden
    en begon te huilen, eerst heel zachtjes
    maar steeds harder en harder.

    Toen kiezelsteentje bijna klaar was met huilen
    was er een hele grote rivier van
    tranen ontstaan.

    Op het moment dat kiezelsteentje zijn laatste traan had gehuild,
    werd hij meegesleurd door de stroming van zijn
    verdriet, de tranenrivier af.

    Hij hield zijn ogen stijf dicht omdat hij heel bang was,
    maar toen hij tegen iets heel hards op botste,
    deed hij ze snel open en kon zijn
    ogen niet geloven.

    Hij was tegen twee hele grote keien aangebotst
    die midden in de rivier boven het
    water uitstaken.

    Het waren zijn vader en moeder!